Let op: de oorspronkelijke versie van deze pagina (Engels) is onlangs gewijzigd. Aan de vertaling in het Nederlands wordt momenteel gewerkt.
Swipe to change

Europees aanhoudingsbevel

Met het Europees aanhoudingsbevel (EAB) worden de tijdrovende uitleveringsprocedures tussen EU-lidstaten vervangen door een vereenvoudigde gerechtelijke procedure van overlevering met het oog op vervolging of tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel. Een door de rechterlijke autoriteiten van een lidstaat uitgevaardigd EAB is geldig voor het gehele grondgebied van de Europese Unie.

Wat is het Europees aanhoudingsbevel?

Het Europees aanhoudingsbevel is een verzoek van een rechterlijke autoriteit in een van de EU-lidstaten om een persoon in een andere lidstaat aan te houden en die persoon over te leveren aan eerstbedoelde lidstaat met het oog op vervolging of tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel. Dit instrument is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen. Het veronderstelt rechtstreeks contact tussen rechterlijke autoriteiten.

Het EAB zorgt voor het juiste evenwicht tussen efficiency aan de ene kant, en strikte waarborgen voor de eerbiediging van de grondrechten van de aangehouden persoon aan de andere kant. De lidstaten en de nationale rechtbanken moeten zich houden aan de procedurele rechten van verdachten of beklaagden en de bepalingen van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Iedereen die op grond van een EAB wordt aangehouden, komt bijvoorbeeld in aanmerking voor ondersteuning door een advocaat en zo nodig een tolk, zoals bepaald in het recht van het land waar hij of zij is aangehouden.

Het EAB is gebaseerd op een overeenkomst tussen de lidstaten van de EU, het zogeheten Kaderbesluit betreffende het Europees aanhoudingsbevel.

Voorts hebben de lidstaten in de vorm van het "Europees handboek voor het uitvaardigen van een Europees aanhoudingsbevel" richtsnoeren opgesteld voor de werking van het EAB-systeem.

Wat is er veranderd ten opzichte van de traditionele uitleveringsprocedures?

Vergeleken met de traditionele uitleveringsprocedures houdt het Europees aanhoudingsbevel een innovatie in op de volgende zes punten:

  1. Strikte termijnen: de staat waar de persoon is aangehouden, moet hem of haar binnen uiterlijk 90 dagen na de aanhouding terugzenden naar de staat waar het EAB is uitgevaardigd. Indien de persoon instemt met de overlevering, wordt het besluit binnen tien dagen genomen.
  2. Eenvoudiger procedures: voor 32 categorieën ernstige strafbare feiten wordt het beginsel van dubbele strafbaarheid afgeschaft (dubbele strafbaarheid: de gedraging in verband waarmee om overlevering wordt verzocht, geldt zowel in de verzoekende staat als in het land waar de gezochte persoon wordt aangehouden, als strafbaar feit). Mits het strafbare feit ernstig genoeg is en er minimaal drie jaar gevangenisstraf op staat in de lidstaat die het bevel heeft afgegeven, moet een Europees aanhoudingsbevel dat in verband met bovenbedoelde strafbare feiten wordt uitgevaardigd, ten uitvoer worden gelegd, of de definitie van het strafbare feit nu wel of niet eensluidend is in beide staten.
  3. Geen betrokkenheid van de politiek: Met de EAB-procedure komt er een eind aan de politieke kant van de uitlevering. Dit betekent dat het besluit om een persoon al dan niet over te leveren op basis van een EAB, uitsluitend op grond van een gerechtelijke procedure wordt genomen.
  4. Overlevering van onderdanen: in principe kunnen de EU-landen niet langer weigeren hun eigen onderdanen over te leveren, tenzij zij de vervolging of de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf van de betrokkene zelf ter hand nemen. Het EAB steunt op het beginsel dat EU-burgers voor hun daden verantwoording moeten afleggen voor nationale rechtbanken in de gehele EU.
  5. Garanties: de overlevering van een persoon kan afhankelijk worden gesteld van drie soorten garanties, die moeten worden gegeven door de staat die het bevel heeft uitgevaardigd:
    a. als een EAB voortvloeit uit een verstekvonnis, mag de overlevering alleen plaatsvinden als de over te leveren persoon het recht heeft om een nieuw proces te verzoeken in het land dat verzoekt om zijn of haar overlevering;
    b. als het EAB op grond waarvan een persoon wordt aangehouden, is uitgevaardigd in verband met een misdrijf waarvoor levenslange gevangenisstraf mogelijk is, mag de overlevering alleen plaatsvinden als de beschuldigde na een bepaalde periode het recht heeft om herziening van een dergelijk vonnis te verzoeken;
    c. indien het verzoek betrekking heeft op vervolging van een onderdaan van, of een ingezetene die zijn gewone verblijfplaats heeft in, de staat waar de persoon is aangehouden, mag de overlevering alleen plaatsvinden als de persoon in geval van het opleggen van een vrijheidsstraf wordt teruggezonden voor de tenuitvoerlegging daarvan.
  6. Weigeringsgronden: de overlevering van de aangehouden persoon moet respectievelijk kan worden geweigerd op drie verplichte en zeven facultatieve gronden. De verplichte gronden hebben betrekking op "Ne bis in idem" (geen overlevering als de persoon al een sanctie heeft ondergaan voor hetzelfde strafbare feit), minderjarigen (geen overlevering als een persoon in het land van aanhouding nog niet de leeftijd heeft bereikt waarop hij of zij strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld voor de betreffende feiten) en amnestie (geen overlevering als de staat waar de persoon is aangehouden, hem of haar in principe wel had kunnen vervolgen, doch het strafbare feit in die staat onder een amnestie valt). Het is in principe aan de rechterlijke autoriteiten zelf om de facultatieve weigeringsgronden al dan niet toe te passen; zo kan overlevering worden geweigerd als de strafbare feiten in verband waarmee het EAB is uitgevaardigd, deels zijn begaan in de staat waar de persoon is aangehouden en die staat tot vervolging daarvan zal overgaan.

Statistische gegevens

Het EAB wordt in alle 28 lidstaten gebruikt, en uit evaluaties blijkt dat het instrument goed werkt. Hoewel niet alle lidstaten hun gegevens ter beschikking hebben gesteld, tonen de (afgeronde) cijfers in onderstaande tabel op welke schaal het EAB wordt gebruikt.


2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Uitgevaardigd

6 900

6 750

11 000

14 200

15 800

13 900

9 800

10 450

13 100

Opgespoord en/of aangehouden

1 770

2 040

4200

4 500

6 150

6 460

6 490

5 840

7 850

Overgeleverd

1 530

1 890

3 400

3 630

5 580

5 370

5 230

4 480

3 460

In de meeste lidstaten vindt overlevering met instemming plaats binnen 14-16 dagen, maar ook zonder instemming duurt het in de regel minder dan twee maanden voordat de overlevering plaatsvindt. Ongeveer de helft van de overleveringen geschiedt met instemming van betrokkene.

Laatste update: 23/07/2015

Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.
Deze website wordt aangepast in verband met de brexit. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.