Wederzijdse erkenning van maatregelen in afwachting van het proces

De excessieve toepassing en duur van de voorlopige hechtenis is een van de belangrijkste redenen van de overbevolking van strafinrichtingen. Bij vluchtgevaar worden verdachten die geen ingezetene zijn van de lidstaat waar hun proces zal plaatsvinden, veelal in voorlopige hechtenis gehouden, terwijl verdachten die wél ingezetene van het betreffende land zijn, in aanmerking komen voor alternatieve maatregelen (buiten de strafinrichting).

Toezicht op alternatieven voor voorlopige hechtenis (buiten de strafinrichting) in het buitenland

Volgens de algemene rechtsbeginselen moet voorlopige hechtenis worden beschouwd als een uitzondering en dient er zoveel mogelijk gebruik te worden gemaakt van niet tot vrijheidsbeneming strekkende controlemaatregelen buiten de strafinrichting. EU-burgers die worden verdacht van een strafbaar feit in een andere lidstaat, kwamen tot nu toe niet dikwijls in aanmerking voor dergelijke alternatieven aangezien zij meestal niet beschikten over een verblijfplaats in de lidstaat waar ze werden verdacht.

Met het Kaderbesluit van 2009 inzake toezichtmaatregelen als alternatief voor voorlopige hechtenis (Europees surveillancebevel) beschikken de EU-lidstaten over een instrument voor de wederzijdse erkenning van niet tot vrijheidsbeneming strekkende, dus buiten de strafinrichting toe te passen controlemaatregelen vóór de rechtsgang.

Een Griekse rechter kan bijvoorbeeld gelasten dat een Zweed, die verdacht wordt van het plegen van een strafbaar feit in Griekenland, zich om de twee weken op het plaatselijke politiebureau in Zweden meldt in plaats van in Griekenland. Dit bespaart veel geld en helpt het aantal personen dat in de Europese Unie als geheel in voorlopige hechtenis wordt gehouden, te verminderen. Tegelijkertijd betekent dit een versterking van het recht op vrijheid en van het vermoeden van onschuld in de Europese Unie. Ook neemt het risico af van de ongelijke behandeling van verdachten die geen ingezetene zijn van het land waar zij van het strafbaar feit worden verdacht.

Als de verdachte vlak voor het begin van de rechtszaak weigert vrijwillig te verschijnen, kan hij of zij onder dwang (door middel van een Europees aanhoudingsbevel) worden overgebracht naar de staat waar het proces plaatsvindt.

De lidstaten hadden tot 1 december 2012 de tijd om dit instrument om te zetten in hun nationale wetgeving.

Voor meer gedetailleerde informatie over de tenuitvoerlegging door de verschillende lidstaten, gelieve hier te klikken.

Laatste update: 22/07/2015

Deze pagina wordt beheerd door de Europese Commissie. De informatie op deze pagina geeft niet noodzakelijk het officiële standpunt van de Europese Commissie weer. De Commissie aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor informatie of gegevens waarnaar in dit document wordt verwezen. Gelieve de juridische mededeling te raadplegen voor de auteursrechtelijke regeling voor Europese pagina's.
Deze website wordt aangepast in verband met de brexit. Mocht bepaalde informatie nog niet het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie weerspiegelen, dan is dit onbedoeld en zal dit worden gecorrigeerd.